Sent after war posts

(selection of material)


2015/16

     Aan de vooravond van de tweede wereldoorlog, tijdens de mobilisatie, laat mijn vader zich fotograferen door een vriend in diens achtertuin. Hij staat op die foto gekleed in sergeants-

uniform en richt zijn FN Browning een beetje guitig op de lens van de camera. Die foto straalt nog een soort van geruststellende onbevangenheid uit.



     Enkele dagen later breekt de oorlog uit en wordt hij gelegerd in het fort aan de Buursteeg bij Veenendaal, dat deel uitmaakte van de Grebbelinie. Dit heb ik in zijn persoonlijk dossier gelezen, dat ik had opgevraagd bij het Ministerie van Defensie, maar eigenlijk kan ik me ook nog wel vaag herinneren dat hij daarover ooit heeft verteld. Dat waren geen gezellige verhalen.

     Het verslag van de gevechtshandelingen, waar mijn vader in mei 1940 aan deelnam, is nogal ontluisterend en toont een erg chaotisch beeld. Vijandige soldaten komen gekleed in Nederlands uniform de grens over. Er worden vanuit vliegtuigen vergiftigde chocoladerepen en sigaretten gedropt, en de dieren van Ouwehands dierenpark zijn door de vijand losgelaten. De Nederlandse soldaten zijn in verwarring en er wordt op alles geschoten wat beweegt... vaak ook op elkaar.



     Op 14 mei wordt mijn vader krijgsgevangen genomen en is hij vermoedelijk afgevoerd naar het Kriegsgefangenenlager Neu-Brandenburg, dat halverwege tussen Berlijn en het schiereiland Rugen lag.



     Nadat mijn vader uit krijgsgevangenschap in Nederland was teruggekeerd duikt hij onder. Ik kan me niet meer herinneren of hij dat toen meteen heeft gedaan of pas enkele maanden later. En ook weet ik niet meer waar hij zat ondergedoken... ik meen mij alleen vaag te herinneren dat het ergens in Brabant was.

     Na zijn overlijden hebben we een paar kleine fotootjes gevonden uit die tijd. Daarop kun je zien dat het ergens op een boerderij moet zijn geweest. Op een van die foto's staat hij afgebeeld terwijl hij aan het hooien is... of alleen maar voor de foto doet alsof. Achterop die foto staat geschreven: "21/10 Din. Mijzelf.". Ik denk dat het eerste deel van die wat cryptische omschrijving staat voor 'dinsdag 21 oktober'. Dat betekent dat die foto in 1941 moet zijn gemaakt.



     Ergens rond 1942/'43 raakt mijn vader betrokken bij het verzet. Na zijn overlijden vonden wij tussen zijn spullen een vervalst identiteitsbewijs uit die tijd, op naam van Gerrit Brandts, dat is afgegeven op 18 april 1943. De groep waar hij dan bij zit houdt zich voornamelijk bezig met sabotageacties, maar deze acties zijn vaak slecht voorbereid en tegen mijn broer heeft hij ooit gezegd dat hij de gang van zaken binnen zijn groep eigenlijk een beetje amateuristisch vond.


     Een keer krijgt hij de opdracht om iemand te liquideren, maar dat weigert hij, omdat het er in zijn ogen alle schijn van heeft dat het hierbij gaat om een persoonlijke afrekening.


     Op een zeker moment wordt hij opgepakt en krijgt tijdens de ondervraging op het politie-

bureau van Overveen een pistool tegen zijn slaap gedrukt met de mededeling: "Zo, vertel ons nu maar eens wie jouw vrienden zijn". Op dat moment vreesde hij voor zijn leven, vertelde hij mijn broer.



     Op 15 augustus 1945 capituleert Japan en kort daarna roept Soekarno de onafhankelijkheid uit. Mijn vader wordt gevraagd om zich aan te melden als oorlogsvrijwilliger omdat er in het Nederlands leger een groot tekort is aan officieren.

     Op 25 augustus meldt mijn vader zich aan voor Indonesië, "om het land te helpen opbouwen en 'orde en vrede' te herstellen". Daarvoor tekent hij de zogenaamde Lange Verbandacte. Hij wordt ingedeeld bij het Kennemerbataljon, dat geheel is samengesteld uit oud verzetsmensen uit de regio Haarlem.


     Veel oorlogsvrijwilligers uit die allereerste lichting tekenden de Lang Verbandacte al voor het eind van de tweede wereldoorlog, zonder bedenkelijke intenties. Koningin Wilhelmina had Indonesië immers al op 7 December 1942 een geleide onafhankelijkheid toegezegd. De Neder-

landse regering in ballingschap was vanuit Londen al vanaf september 1944 bezig om binnen het verzet mannen te ronselen voor een krijgsmacht, dat zowel in Nederland als overzee kon worden ingezet voor de bevrijding... althans, zo werd het voorgeschoteld.



Luuk Wilmering

     In 1944 is mijn vader lid geworden van de Binnenlandse Strijdkrachten, die dan nog onder-

gronds opereren maar direct na de oorlog de nieuwe Nederlandse krijgsmacht vormen. Dan raakt hij onder meer betrokken bij de arrestaties van landverraders. En zo ook bij die van 'zakenman' Pieter Menten, die verdacht wordt van collaboratie met de vijand en het roven van kunst.

     Menten moet in 1949 terechtstaan, maar komt er vanwege gebrek aan bewijzen met een relatief milde straf van af. De precieze details ken ik niet, maar wanneer journalist Hans Knoop in 1976 met nieuwe bewijzen komt tegen Menten volgt mijn vader het nieuws met meer dan gewone belangstelling. Hij vertelt ons dan hoe frustrerend het indertijd voor hem was dat 'die vuile schoft' er zo gemakkelijk van af was gekomen.